Beknopte geschiedenis van Hoogvliet

Hoogvliet 1818 - 1934


Gedurende de relatief korte periode van 1818 tot aan de annexatie door Rotterdam in 1934 was Hoogvliet een zelfstandige gemeente. Oorspronkelijk dacht men in Hoogvliet dat met het vertrek van de Fransen en het einde van het bewind van Napoleon de oude situatie van voor 1795 zou worden hersteld. Er was echter veel dat zou worden behouden. Een van die dingen was vooralsnog de gemeentelijke indeling. Van 1811 tot 1818 viel het oude Ambacht van Hoogvliet (met Oud- en Nieuw Engeland) daarom onder de gemeente Poortugaal. Pas in 1818 kreeg Hoogvliet, naar achteraf bleek voor een periode van 116 jaar, haar zelfstandigheid terug. De eerste burgemeester was dezelfde persoon als de laatste schout (van het Ambacht): Dirk van 't Sant. Hij was de man die het, overigens nooit door de Hoge Raad van Adel erkende, gemeentewapen (dat afgeleid was van het Poortugaalse) ontwierp.

Burgemeesters van de zelfstandige gemeente Hoogvliet waren:
Dirk van 't Sant, van 1825 tot 1832
A.A. Knappert, van 1832 tot 1835
H.C.J. Debert Guinoseau, van 1835 tot 1839
Petrus Cornelus Kluit, van 1839 tot 1851 (tevens burgemeester van Poortugaal, 1841-1842)
W.C.A. Vaupel Kleijn, van 1851 tot 1873 (tevens burgemeester van Poortugaal)
J. Nolen, van 1873 tot 1886 (tevens burgemeester van Poortugaal)
A. van der Poest Clement, van 1886 tot 1910 (tevens burgemeester van Poortugaal)
W. Paans, van 1910 tot 1913
Iman van Es, van 1913 tot 1934 (tevens burgemeester van Pernis, van 1916 tot 1934)

De bovenstaande lijst met burgemeesters laat wel zien dat Hoogvliet een klein dorp was en vaak zijn burgemeester moest delen met andere dorpen. Ter illustratie: Hoogvliet telde in rond 1900 slechts zo'n 1.200 inwoners.

In de nacht van 16 op 17 juni 1843 branden binnen twee uur 12 huizen af waardoor 21 gezinnen dakloos werden en het merendeel van de inboedel verloren ging. De huizen werden in de loop van dat jaar herbouwd, ditmaal voorzien van een pannendak! Als u Hooglviet zoekt op internet is het vaak deze ramp die naar voren komt. Het haalde in die tijd de landelijke pers en er was zelfs een landelijke inzamelingsactie voor de slachtoffers. In 1848 telde Hoogvliet 109 huizen en had het 743 inwoners.
In 1870 weordt de (openbare) school aan de Jan de Raadtkade gebouwd (in die tijd waren er 70 leerlingen) in 1910 gevolgd door de bouwe van de christelijke school aan de Achterweg.

Het dorp ging in deze korte tijd wel vooruit in de vaart der volkeren, met name ook door veranderingen in de wereld en uitvindingen die hun impact op het dagelijks leven hadden. Zo kwam er gasverlichting (in 1926; de gasfabriek werd door een conglomeratie van dorpen op het westen van het eiland IJsselmonde opgericht en stond in Pernis). De poldermolens verdwenen en de laatste watermolen (De Bovenmolen) werd in 1880 vervangen door een stoomgemaal, in de volksmond het Watermachien genoemd, dat aan het eind van de boezem, naast de Dorpskerk stond. Het werd in 1920 een elektrisch gemaal en niet lang daarna werd ook het dorp op het elektrisch net aangesloten.

Ondanks deze veranderingen, die overal in den lande plaatsvonden, bleef Hoogvliet een klein, landelijk dorp dat leefde van voornamelijk de landbouw (veeteelt, landbouw op kleine schaal en vlasserij) en de (rivier)visserij. Bij de rivier, op de plaats waar in tussen 1900-1903 de Spijkenisserbrug werd gebouwd, bevond zich de zalmzegenvisserij Klein Profijt II. De komst van de stoomtram in 1904, waarvoor de Spijkenisserbrug werd gebouwd, haalde ons dorp uit een isolement. Het kreeg een station dat de laatste halte was voordat de tram vertrok naar het volgende eiland: Voorne-Putten.

Al in de jaren twintig werden bouwmaterialen voor de bouw van de raffinaderij van de Bataafsche Petroleum Maatschappij, de BPM later Shell, via de kleine Hoogvlietse Haven aangevoerd en over de Dorpsstraat en de Noordzijsedijk richting noordelijk poldergebied vervoerd.De Eerste Petroleumhaven werd gegraven tussen 1929 en 1933 en ontworpen voor de aanvoer van aardolie voor de raffinaderij. Shell was eerder gevestigd aan de Sluisjesdijk in het Waalhavengebied. Dit terrein moest echter na 1935 (einde huurcontract 31 december 1935) in verband met een andere bestemming worden ontruimd; bovendien was het veel te klein geworden.
In de dertiger jaren neemt het inwoneraantal met ca. 600 toe en stijgt tot 1.900. Er vindt particuliere woningbouw plaats en de woningen aan de Voorweg, Beemd, Meeuwenwetering en Nieuw Engeland worden gebouwd.
Op 1 mei 1934 vindt de annexatie door Rotterdam plaats.

Zo stoomde Hoogvliet op naar de satellietstad die het moest worden om de toen nog vele duizenden arbeiders van raffinaderijen en andere fabrieken (de kunstmestfabriek was een andere belangrijke werkgever) te huisvesten. Een stad van 100.000 inwoners moest Hoogvliet worden!